|
Editie 9 - 28 oktober 2009: Een ontmoeting
Gisterennamiddag sprongen er twee vrolijke studenten in de bus, om vlak achter me een staanplaats in te nemen. Het waren van die massief ogende sportieve gasten, fysiek sterk en op hun fitst, en geestelijk sprankelend en bij de pinken. Zij discussieerden door op wat ze kennelijk bij de halte waren gestart: allochtonen als zelfstandige ondernemers, zo leek het. Ik schoot in de lach toen één van hen een Arabisch bedrijf aangaf:glala glaga challachalla.
Mijn spontane schater bleek de sleutel tot een gesprek. Eerder zouden ze mij er nooit in betrokken hebben.
Moet U daarom lachen? vroeg die ene met pretoogjes en het Brabantse accent.
Ja! Hahaha! Ik weet niet waar jullie het verder over hebben, maar het klonk gewoon geestig.
Nou, dank U. Hij plantte zijn billen tegen de rand van het dashboard, waarbij hij zich met gestrekte armen en naar buiten gedraaide handen stabiliteit verschafte.
Dat lijkt me nou een leuk beroep, buschauffeur, zei hij.De hele dag mensen om je heen.
Dat klopt. Het is ook een leuk beroep. Het is een echt mensenberoep. Gasten als jullie - voor elke chauffeur andere, dat spreekt - maken het werk interessant en de moeite waard.
Is dat zo! lachte hij.
Ja, vind ik wel.
Ik voorzag een hiaat in het gesprek.
Kunnen jullie Googlen? vroeg ik gespeeld onnozel.
Kunnen jullie Googlen. Ha! Je vraagt aan de badmeester toch ook niet of-ie kan zwemmen? Maar gespeelde onnozelheid kan mensen prikkelen zich beter te laten kennen. Ik had ze op één van de hoogste kasten gejaagd.
Hahaha! Kun je Googlen vraagt-ie! En wat moeten we dan wel Googlen?! vroeg de één zonder Brabants accent. Zijn gekreukte bloes was een maatje te klein, maar dat misstond hem niet.
Ik stopte bij een halte om wat mensen uit te laten stappen.
Google maar eens Achter Klapdeuren.
Zachte nachtdeuren? vroeg de gekreukte bloes.
Hahaha! Nee, Achter Klapdeuren. Een dominee had me de dictie niet kunnen verbeteren.
Tot mijn stomme verbazing, en niet gespeelde onnozelheid, had hij een breed ogend mobieltje tevoorschijn getrokken en tokkelde geroutineerd op wat toetsen onder het scherm.
Nou ja! riep ik,dàt is sterk!
Je gaf ons de opdracht ...hij gaf ons de opdracht heh? zijn maat grinnikte bevestigend ... om te Googlen, dus dan doen we dat! zei de Brabander.
Jamaar... ik had niet verwacht dat je dat hier en nu zou doen. Ik dacht, je komt thuis, je zet de computer aan...
Hahaha! Ja, maar tegenwoordig gaat dat heel wat sneller! Gewoon op je mobieltje, dat zie je!
Ah! Achter Klapdeuren. Hier heb ik het! Kreukbloes liet het aan de Brabander zien, die zich diep naar voren boog.
Ok.
Robert!
Ja, riep ik verheugd, klopt!
Robert Post!
t Is 'm!
Je hebt een boek geschreven! Ik werd in hun ogen ineens een heel andere soort chauffeur. Ik zou liegen als het niet zo was.
Www.doussac.com! Hij ging door. Oh, wacht eventjes, er staat nog meer bij, dat had ik niet gezien. Robert Post studeerde piano bij Wolfgang Wijdeveld aan het Utrechts Conservatorium, las hij op, was eigenaar van Restaurant de Graaf van Brederode en is nu buschauffeur. Goden man! Ben jij dat?
Jaha!
Doe je dat nu allang, buschauffeur?
Dik tien jaar nu. Soms moet een mens beslissingen in zijn leven nemen, weet je. Nadat ik van alles gedaan en geproefd had en door relatieproblemen in een shitperiode belandde, werd het tijd om mijn hart te volgen. Ik wilde mijn hele leven eigenlijk al buschauffeur worden.
Tering! En vind je het nog steeds leuk?
Nou, op sommige dingen na zeker wel. En het is meteen mijn bron van inspiratie. Zoals je ziet is er zelfs een boek uit voortgekomen.
Ik had even het gevoel dat we vrienden voor het leven waren, maar ze stapten uit bij de eerstvolgende halte. Met een tot ziens! en een krachtige armbeweging als groet verdwenen ze, waarschijnlijk voorgoed, uit mijn leven. Maar ze zijn in deze tekst vereeuwigd, en wie weet staat die tekst in een volgend boek ooit naast Achter Klapdeuren. Wat een leuk vak, buschauffeur. Vooral voor schrijvers.
|

Relevant
|