|
Dit was de laatste editie van columnist en buschauffeur Robert Post. 9292 bedankt hem hartelijk voor zijn medewerking en hopen dat zijn lezers hebben genoten van zijn unieke kijk op het OV en zijn passasiers!
Editie 21 - 20 mei 2010: Geen hulp nodig
Met behoorlijke snelheid denderde ik met de dubbelgelede 25 mtr-bus over de busbaan richting station. Even na de bocht onder het viaduct zag ik een auto op de busbaan staan met zijn alarmlichten aan. Onmiddellijk keek ik in mijn linkerspiegel en vervolgens in mijn rechter-, zette de richtingaanwijzer op links en reed van de busbaan af. Eerst dacht ik dat het een Mercedes van een taxibedrijf was en ik besloot te stoppen om te vragen of 'ie misschien hulp nodig had - je weet maar nooit - maar een seconde later realiseerde ik me dat de auto een geel kenteken voerde.
Het schoot door me heen dat het wel ernstig moest zijn als je zomaar op de busbaan stopt en ik manoevreerde tot vlak naast het portier van de bestuurder.
Inmiddels had ik mijn alarmlichten ook aangezet, en in de cabine met de passagiers gekeken of alles in orde was.
Ik opende de instapdeur, en de verbaasde bestuurder opende zijn raam.
Goedenavond! riep ik hem toe, terwijl ik naar voren leunde.
De Noord-Afrikaans ogende man grinnikte stompzinnig. Hij keek een beetje langs me heen. U staat hier op de busbaan en dat is heel gevaarlijk. Heeft U misschien hulp nodig? De man grinnikte nog steeds en draaide wat aan een knopje van zijn radio. Uit de struiken doemde plotseling een kleine, in het zwart geklede man op. Wat! schreeuwde hij driftig. Wat doe jij hier! Ben jij van de politie!
Nee, ik vraag of deze mijnheer hulp nodig heeft!
Hij heeft geen hulp nodig! Wegwezen!! Opdonderen!! Hij wapperde met één hand alsof 'ie een dood insect van tafel veegde.
Inmiddels was 'ie ingestapt. Hij sloeg de deur achter zich dicht en zonder mij één verdere blik waardig te keuren scheurde het tweetal weg, schoot met gillende banden voor de bus langs naar links, botste over de stenen middenberm en reed weg in tegenovergestelde richting.
Ik sloot de voordeur, doofde de alarmlichten en voegde weer in op de busbaan.
Ik voelde me een beetje misselijk worden. Had ik dat kenteken maar genoteerd, bedacht ik me. Misschien waren het wel inbrekers. Vreugdeloos vervolgde ik mijn weg en het duurde een tijdje voordat ik het voorval met die gasten verwerkt had.
|